De jeugdhulp in ademnood

Geen extra plaatsen zonder extra jeugdhulpverleners

De Vlaamse regering wil 2000 extra kinderen en jongeren opvangen in de jeugdhulp. Maar zonder voldoende personeel blijft dat een loze belofte.

Het masterplan van minister van Welzijn Caroline Gennez spreekt met geen woord over betere ondersteuning of waardering voor jeugdhulpverleners, terwijl de sector al kreunt onder een nijpend personeelstekort.

‘Bijna de helft van de jeugdhulpverleners twijfelt aan een toekomst in de sector,’ dat blijkt uit een bevraging bij het personeel. Werknemers proberen dagelijks het onmogelijke waar te maken in een steeds complexere maatschappij. Toenemende werkdruk, agressie, structurele tekorten (zoals crisisplaatsen) en wachtlijsten zetten de hulpverlening zwaar onder druk.

In dit artikel laten we de stem horen van de vele geëngageerde, maar ook ontmoedigde en overbelaste werknemers in de jeugdhulp. Kwalitatieve hulpverlening gaat immers hand in hand met een kwalitatieve werkomgeving, en daarvoor moeten snel middelen worden vrijgemaakt.

Te weinig mensen, te veel werk

Bijna 49% ervaart vandaag meer personeelstekort dan ooit, nog eens 24% vindt het minstens even erg als anders. Slechts 6% zegt geen tekort te voelen.

En de situatie op het terrein? Leefgroepen sluiten, teams draaien met te weinig mensen, medewerkers offeren vrije dagen op of werken nachten aan een stuk.

Meer dan de helft krijgt het werk niet meer rond zoals gewenst. Zeven op tien kunnen niet langer voldoen aan alle hulpvragen, terwijl één op twee zich emotioneel overbelast voelt. Daarbovenop werkt 41% structureel meer uren dan in hun contract staat.

Onveiligheid neemt toe

Eén op twee medewerkers staat te vaak alleen en ziet steeds vaker agressie, grensoverschrijdend gedrag of suïcidaliteit.

“Ik voel me vaker onveilig, en tegelijk moet ik jongeren én collega’s beschermen.”

De problematieken worden bovendien complexer: jongeren met psychiatrische stoornissen of een beperking belanden in niet-geschikte settings, terwijl drugsgebruik, zelfverminking en schooluitval het werk extra bemoeilijken.

Jongeren wachten jaren op hulp

Sommige wachtlijsten lopen op tot twee à drie jaar. Jongeren blijven noodgedwongen veel langer vastzitten in kortverblijf of pleegzorg. Gezinnen met specifieke hulpvragen verliezen perspectief en spanningen escaleren. Meer dan 300 medewerkers deelden voorbeelden van agressie-incidenten, sluitingen van leefgroepen of het niet langer kunnen garanderen van basisveiligheid.

Medewerkers branden op

De tol is groot: stress, slapeloosheid, burn-out en langdurige uitval zijn schering en inslag.

19% van de respondenten overweegt de sector te verlaten, nog eens 32% twijfelt. Bijna de helft denkt dus ernstig na over een andere job. Werkdruk, emotionele belasting en lage lonen worden als belangrijkste redenen genoemd.

“Je doet dit werk met hart en ziel, maar op een bepaald moment kan je niet meer. Dan laat je gezondheid het afweten.”

Waarom sommigen toch blijven

Toch willen velen hun job niet zomaar loslaten. De jongeren zelf zijn dé reden om te blijven, gevolgd door de inhoudelijke uitdagingen van de job en het maatschappelijk belang.

“Zonder de jongeren had ik dit werk allang opgegeven.”

Investeer eerst in het personeel

We roepen minister Gennez op om prioritair te investeren in haalbare en aantrekkelijke jobs in de jeugdhulp.

Hoewel er binnen deze legislatuur een nieuw sociaal akkoord (VIA 7) werd aangekondigd, wijzen onze bronnen erop dat extra middelen voor personeel pas in 2028 beschikbaar komen. Voor een sector die nu al over haar grenzen gaat, is dat veel te laat.

Concreet vragen we:

  • Hogere lonen en vergoedingen voor avond-, nacht- en weekendwerk
  • Meer personeelsomkadering, afgestemd op de toenemende complexiteit
  • Permanente opleiding en structurele ondersteuning
  • Stabiele en voorspelbare uurroosters

Het masterplan bevat goede elementen, maar mist de belangrijkste schakel: de mensen die het werk doen. Zonder extra personeel blijven extra plaatsen een illusie. We vragen geen loze beloften, maar gerichte investeringen in personeel.